Op dinsdag 7 april vergadert de Eerste Kamer opnieuw over de wetsvoorstellen met betrekking tot de gewijzigde vierde anti-witwas richtlijn AMLD5. Omdat de kosten voor het toezicht de pan uit rijzen, stuurt de Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland (VBNL) brandbrieven aan de Minister van Financiën en de Eerste Kamer.

De VBNL wijst in de brieven erop dat de gemiddelde toezichtkosten voor bitcoinbedrijven zelfs fors hoger blijken uit te vallen dan de toezichtkosten voor vergunninghoudende trustkantoren en creditcard-maatschappijen. Dat terwijl maar liefst 10% van alle ongebruikelijke transactiemeldingen afkomstig zijn uit deze sectoren en de bitcoinsector in verhouding veel kleiner is.

De beperkte rol van virtuele valuta als betaalmiddel en bij omwisseling naar een andere valuta werd ook al eens door Minister Hoekstra zelf aangeduid tijdens een eerder wetgevend overleg met de Eerste Kamer. Het is daarom opmerkelijk dat er toch gekozen is voor zo’n zware en kostbare vorm van toezicht.

 Soort instelling Aantal
partijen
 DNB-Begroting
toezicht 2020
Per instelling    Type registratie
 Betaalinstellingen 53 7,9 M € 149.057 wft-vergunning
 Cryptodiensten  50 1,7 M € 34.000 registratie wwft + (35245)
 Trustkantoren 200 4,9M € 24.500 wtt-vergunning
 Creditcard/lease 81 0,2M € 2.469 alleen wwft, geen registratie
 Vrijgestelde bet.instelling 35 0 € 0 registratie wft-vrijstelling


Bron: ZBO Begroting DNB en toezichtregisters

Koerswijziging

In de oorspronkelijk wetstekst (artikel 23-e) die in samenwerking met marktpartijen is opgesteld zou eerst alleen aan de reguliere anti-witwas eisen voor bedrijven moeten worden voldaan. Op aandringen van De Nederlandsche Bank (DNB) is later door het Ministerie van Financiën echter een koerswijziging ingezet, die op gespannen voet stond met het advies van de Raad van State. Er zijn nieuwe en zwaardere toezichteisen toegevoegd, maar om de Raad tegemoet te komen is het woord ‘vergunning’ vervangen door ‘registratie’ (artikel 23-j).

VBNL wijst met de brief erop dat belangrijke vragen over kosten, proportionaliteit en rechtmatigheid van deze wijziging in het wetsvoorstel nog steeds onvoldoende zijn beantwoord. De extra toezichtregels en toezichtkosten DNB laten echter duidelijk zien dat toch nog steeds sprake is van een feitelijk vergunningsregime. Dit geldt ook voor de lagere regelgeving, de zogeheten Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). De industrie dringt er daarom op aan om het advies van de Raad van State hierover openbaar te maken.

Het concrete voorstel van de VBNL is nu dat het Ministerie van Financiën teruggaat naar de oorspronkelijke versie van de wet zoals aanvankelijk met de markt besproken. De toezichtlasten voor cryptobedrijven komen dan op een vergelijkbaar niveau te liggen als de ‘overige instellingen’ (creditcardmaatschappijen en leasemaatschappijen) waarop De Nederlandsche Bank toezicht houdt.

Timing

In de brief aan Minister Hoekstra vraagt VBNL de minister persoonlijk kennis te nemen van hun standpunten. Ze verzoeken om een heroverweging van het voorstel, vanwege de coronacrisis en de mogelijke gevolgen voor de werkgelegenheid binnen de sector.

Daarmee hebben zij misschien wel een punt, want de lastenverzwaring en hoge toezichtkosten zijn belemmerend voor nieuwe ondernemers en veel bestaande bitcoinbedrijven zouden erdoor misschien hun virtuele deuren moeten sluiten.

Dat zou zonde zijn want de Nederlandse economie kan juist nu erg gebaat zijn bij een bloeiende en opkomende bitcoinindustrie. Gemiste kansen zijn onder normale omstandigheden al betreurenswaardig, maar nu misschien extra schrijnend.