Op 21 mei 2020 is de Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) in werking getreden. Sindsdien staan bitcoinbedrijven, waaronder Bitonic, onder integriteitstoezicht van De Nederlandsche Bank (DNB). Op Europees niveau staat er op het gebied van anti-witwasregelgeving echter nog meer te gebeuren wat mogelijk relevant is voor bitcoinbedrijven. In dit artikel werpen we alvast een blik op de toekomst.

Voordat we vooruitkijken, kijken we eerst terug op de ontwikkeling in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering. Als beginpunt nemen we de oprichting van de Financial Action Task Force (FATF) in 1989 op initiatief van de G7. De FATF is een wereldwijde intergouvermentele waakhond die het witwassen van geld en terrorismefinanciering moet tegengaan.

De FATF publiceert richtlijnen die wetgevers van de verschillende lidstaten van de Europese Unie (EU) houvast bieden bij het implementeren van Europese richtlijnen. Daarnaast heeft de FATF een wereldwijd kader ontwikkeld als het gaat om het voorkomen van witwassen en het tegengaan van terrorismefinanciering. In de FATF Recommendations zijn deze internationale normen terug te vinden. Deze normen waren en zijn de inspiratiebron voor de anti-witwasrichtlijnen die hieronder staan opgesomd.

Eerste anti-witwasrichtlijn (AMLD1)

De eerste anti-witwasrichtlijn is in 1991 in werking getreden. De richtlijn moest witwassen – met name uit drugsmisdrijven – binnen de financiële sector aan banden leggen. Het tegengaan van terrorismefinanciering viel toen nog niet onder het toepassingsbereik. Ook gold de richtlijn enkel voor kredietinstellingen en financiële instellingen, zoals banken en verzekeraars. Het doel van richtlijn was om de soliditeit en stabiliteit van de financiële instellingen en stabiliteit van het financiële stelsel in zijn geheel te bevorderen.

Tweede anti-witwasrichtlijn (AMDL2)

In 2001 werd de tweede anti-witwasrichtlijn van kracht. Hierin werden een aantal zaken geüpdatet naar aanleiding van de geactualiseerde FATF Recommendations. Ook werd de reikwijdte van de richtlijn flink vergroot. Accountants, advocaten, belastingadviseurs, casino’s, handelaars in zaken van grote waarde, makelaars, notarissen en trustkantoren moesten ook aan de anti-witwasregelgeving gaan geloven.

Derde anti-witwasrichtlijn (AMLD3)

De derde anti-witwasrichtlijn was tezamen met de PEP-richtlijn (een richtlijn die de technische aspecten van de definitie van political exposed persons gaf) in 2005 de opvolger van de tweede anti-witwasrichtlijn. In de derde anti-witwasrichtlijn werden wederom een aantal zaken geüpdatet en werd de scope verbreed naar het financieren van terrorisme. Ook kwamen er gedetailleerdere regels voor het identificeren van cliënten en UBO’s van entiteiten. UBO staat voor ultimate beneficial owner. Hiermee wordt een natuurlijk persoon bedoeld die uiteindelijk eigenaar is van een bepaalde entiteit. Ook werden in de derde anti-witwasrichtlijn strengere regels ingevoerd voor grote betalingen met contant geld.

Vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD4)

De derde anti-witwasrichtlijn (tezamen met de PEP-richtlijn) werd opgevolgd door de vierde anti-witwasrichtlijn in 2015. De reikwijdte werd wederom verder uitgebreid. Ook aanbieders van kansspeldiensten vallen sindsdien onder anti-witwasregelgeving. Verder begon compliance vanaf toen een steeds belangrijkere rol te gaan spelen bij instellingen die onder anti-witwasregelgeving vallen. Ook werd het UBO-register in het leven geroepen. De registratie en informatie over UBO’s moest zorgen voor meer transparantie over UBO’s.

Vijfde anti-witwasrichtlijn (AMLD5)

Op 21 mei 2020 is de vijfde anti-witwasrichtlijn in Nederland in werking getreden. De vijfde anti-witwasrichtlijn heeft de vierde anti-witwasrichtlijn op bepaalde punten – zoals maatregelen met betrekking tot derde-hoogrisicolanden en anonieme prepaidkaarten – aangescherpt. Sindsdien staan ook bitcoinbedrijven, waaronder Bitonic, onder integriteitstoezicht van De Nederlandsche Bank (DNB). Ook werd in de richtlijn bepaald dat – de in de vierde anti-witwasrichtlijn geïntroduceerde – UBO-registers openbaar moesten zijn. Daarnaast moest informatie-uitwisseling tussen Financial Intelligence Units (FIU’s) uit verschillende lidstaten in de EU soepeler gaan verlopen. Dit alles om witwassen en terrorismefinanciering sneller en beter tegen te gaan.



Wil je meer lezen over anti-witwasregelgeving? Overweeg dan het Handboek WWFT.


Vooruitblik

Zoals je hebt kunnen lezen, heeft de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering grote ontwikkelingen doorgemaakt. Er zit echter nog veel meer in het vat. Op 20 juli 2021 is er een ambitieus wetgevingspakket (AML/CFT) door de Europese Commissie gepresenteerd. Dit pakket gaat de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn volledig vervangen.

Het pakket zelf bestaat uit vier wetgevingsvoorstellen:

• Een verordening tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA-verordening).

• Een verordening tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (AML-verordening).

• Een richtlijn betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (AMLD6).

• Een herschikking van Verordening (EU) 2015/847 tot uitbreiding van de bij overmakingen toe te voegen informatie naar cryptoactiva (WTR2-herschikking).

Na meerdere richtlijnen (AMLD1 t/m AMLD5) – die in Nederland zijn geïmplementeerd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) – krijgen we nu dus te maken met verordeningen. Verordeningen hebben rechtstreekse werking en voorrang boven het nationaal recht van de lidstaten van de EU. De Europese Commissie is van mening dat met deze verordeningen grensoverschrijdende situaties doeltreffender kunnen worden aangepakt (één enkel EU-rulebook voor AML/CFT).

Wat betekent dit voor bitcoinbedrijven?

Maar wat betekent dit alles voor bitcoinbedrijven? Ook bitcoinbedrijven vallen straks onder de reikwijdte van de AML-verordening. Deze verordening vertoont veel overeenkomsten met de vijfde anti-witwasrichtlijn. In die zin hoeven bitcoinbedrijven in Nederland – die staan geregistreerd bij DNB en voldoen aan de huidige anti-witwasregelgeving – zich dus niet veel zorgen te maken. Dit in tegenstelling met enkele buitenlandse partijen, zoals Binance. Wel scherpt de AML-verordening op het gebied van cliëntonderzoek wat regels aan. Zo wordt de grens voor cliëntonderzoek verlaagd en komt er waarschijnlijk een standaard onderzoeksplicht (art. 20 AML-verordening).

Verder krijgen bitcoinbedrijven in de toekomst – naast de AFM – hoogstwaarschijnlijk te maken met nog een nieuwe toezichthouder. De Europese Commissie wil namelijk een Europese AML/CFT-toezichthouder (AML-autoriteit) in het leven roepen. Dit alles in het belang van een efficiënte en geharmoniseerde aanpak van witwassen en terrorismefinanciering. Het is de bedoeling dat de AML-autoriteit op 1 januari 2023 wordt opgericht.

Een heet hangijzer vinden we in de herschikking van Verordening (EU) 2015/847 tot uitbreiding van de bij overmakingen toe te voegen informatie naar cryptoactiva (WTR2-herschikking). Betalingsdienstaanbieders hebben op grond van de huidige WTR2-verordening momenteel de plicht om bij overboekingen informatie van de verzender en ontvanger te verzamelen, bij te voegen en ter beschikking te houden voor de bevoegde autoriteiten. Dit wordt ook wel de travel rule genoemd.

Na inwerkingtreding van de WTR2-herschikking zullen ook bitcoinbedrijven zich aan de travel rule moeten houden. De uitbreiding van de travel rule komt voort uit geactualiseerde aanbevelingen voor virtual asset service providers van de FATF.

Een bitcoinbedrijf zal bij een overboeking van bitcoin of andere crypto naar een ander bitcoinbedrijf zorg moeten dragen dat naam, rekeningnummer, adres, officieel persoonsdocumentnummer en cliëntidentificatienummers of plaats en geboortedatum van de verzender worden bijgevoegd (art. 14 lid 1 sub a t/m c WTR2-herschikking). Tevens zal het bitcoinbedrijf de naam van de ontvanger en zijn rekeningnummer moeten bijvoegen (art. 14 lid 2 sub a en b WTR2-herschikking).

Let wel dat de hiervoor opgesomde informatie niet onchain hoeft te worden opgeslagen (art. 14 lid 4 WTR2-herschikking). Aan transacties onder 1.000 EUR worden overigens lichtere eisen gesteld (art. 15 lid 2 WTR2-herschikking). Zo zullen bij dergelijke transacties enkel naam en rekeningnummer van de verzender en ontvanger moeten worden bijgevoegd (art. 15 lid 2 sub a en b WTR2-herschikking).

Afronding

Met het wetgevingspakket wil de Europese Commissie de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering naar een hoger niveau tillen. Met de ongebreidelde export van persoonsgegevens lijkt echter geen rekening te zijn gehouden. Om nog maar te zwijgen over de stijgende kosten voor de naleving van de anti-witwasregelgeving. Of de verloren oorlog tegen witwassen en terrorismefinanciering hiermee alsnog zal worden gewonnen, kunnen dan ook vraagtekens worden bijgezet.



Wil je meer lezen over nieuwe anti-witwasregelgeving? Lees hier meer over de hervorming van het Europese AML/CFT-landschap. Luister je liever naar een podcast? Luister hier naar de aflevering van Compliance adviseert met Pierre Simon.