Volgens de directeur van het IMF Kristalina Georgieva is een digitale valuta van de centrale bank in potentie veel beter dan bitcoin. Het zou weerbarstiger, goedkoper, meer beschikbaar en veiliger zijn. De vergelijking gaat slechts deels op: beide zijn digitale valuta’s, maar het zijn ook tegenpolen van elkaar.

Georgieva deed de uitspraken tijdens een speech op een bijeenkomst van de Amerikaanse denktank Atlantic Council over digitaal centralebankgeld, dat ook wel Central Bank Digital Currencies (CBDC) wordt genoemd.

“Als CBDCs zorgvuldig worden ontworpen kunnen ze in potentie méér weerbarstigheid, méér veiligheid, méér beschikbaarheid en lágere kosten bieden dan private vormen van digitaal geld”, zei ze. Privaat geld is geld dat niet door een overheid is uitgegeven.

“Dat is duidelijk het geval wanneer het vergeleken wordt met ongedekte crypto-activa die inherent volatiel zijn”, voegde ze toe. “En zelfs de beter gemanagede en gereguleerde stablecoins zullen een goed ontworpen CBDC niet bepaald kunnen evenaren.”

Experimenten

Zo’n 100 landen zouden inmiddels experimenteren met digitaal centralebankgeld. Meestal gaat het om onderzoeken, maar in enkele landen is men al iets verder: in de Bahama’s circuleert onder zo’n 20.000 mensen de ‘Sand Dollar’ en in China zouden al meer dan 100 miljoen mensen de digitale renminbi e-CNY gebruiken.

De praktijk toont volgens Georgieva dat er geen ‘beste’ manier bestaat om digitaal centralebankgeld in te voeren, omdat iedere economie verschillend is. Sommige economieën zouden meer profiteren van financiële inclusie, terwijl digitaal centralebankgeld voor andere economieën vooral nuttig is als backup-geldsysteem.

Opmerkelijk zijn haar overwegingen met betrekking tot de financiële stabiliteit. Georgieva zegt het belangrijk te vinden dat financiële tussenpartijen niet buitenspel komen te staan. Om te voorkomen dat er te veel geld naar digitaal centralebankgeld toestroomt zou de aantrekkelijkheid kunnen worden verlaagd door limieten in te stellen, of via een lagere (of geen) rente. In een eerder rapport over digitaal centralebankgeld wees DNB ook al eens op vergelijkbare risico’s.

Ook zou de juiste balans moet gevonden worden met betrekking tot privacy. Tot een bepaald bedrag zou men enige privacy hebben, maar daarboven zouden aanvullende identificatievereisten gelden om illegale activiteit tegen te gaan.

Tegenpolen

Bitcoin en digitaal centralebankgeld worden soms met elkaar vergeleken omdat het beide digitale valuta’s zijn, maar het zijn eigenlijk tegenpolen. Dat zit vooral in het ontwerp.

Digitaal centralebankgeld is meestal zeer gecentraliseerd. De centrale bank beheert het systeem volledig en vertrouwen in de centrale bank is daarbij essentieel. De centrale bank moet onder andere worden vertrouwd om de fondsen en persoonsgegevens te beveiligen tegen hackers, transacties toe te staan en om een gedegen monetair beleid te voeren.

De innovatie van Bitcoin is dat vergelijkbaar vertrouwen in tussenpartijen niet nodig is, omdat het decentraal is. De werking en het monetair beleid van Bitcoin zijn onveranderlijk vastgelegd in de code die iedere deelnemer individueel uitvoert. Daardoor heeft geen enkele partij de controle en ook worden nergens persoonsgegevens opgeslagen – die zijn op het Bitcoinnetwerk niet nodig.

Bij (digitaal) centralebankgeld beïnvloedt de centrale bank de geldhoeveelheid om een stabiele koers van de valuta te bereiken. Stabiliteit betekent bij centrale banken 2% inflatie per jaar, maar soms is het meer en in sommige landen is het heel veel meer.

Bitcoin werkt andersom. Daarbij staat juist de geldhoeveelheid vast, met als gevolg een fluctuerende koers. Die wordt via vrije marktwerking bepaald door vraag en aanbod – het aantal gebruikers. Ook de inflatie staat vast: die daalt ongeveer iedere vier jaar met de helft, totdat het uiteindelijk nul wordt.

Digitaal centralebankgeld heeft waarschijnlijk identificatievereisten, ingebouwde limieten en beperkingen of mogelijk zelfs negatieve rentes. Bitcoin heeft dat niet: dat is vrij en open, ongelimiteerd en onbegrensd.

Beter?

Claims over sneller en goedkoper zijn – zeker met het Lightning Network – op zijn minst discutabel. Het decentrale Bitcoinnetwerk staat bovendien bekend als het veiligste netwerk ter wereld. Het is niet evident waarom digitaal centralebankgeld beter zou zijn, of waarom burgers in het westen het zouden prefereren boven het traditionele digitale bankengeld.

De innovaties van digitaal centralebankgeld lijken vooral ten gunste van overheden: meer surveillance en controle. Wellicht is het daarom niet verwonderlijk dat China voorop loopt met de ontwikkeling van digitaal centralebankgeld. Het zal zich moeten tonen of overheden in het westen dezelfde richting opslaan, maar gelukkig is er altijd nog een vrij, open en onbegrensd alternatief voorhanden.



Beeldmateriaal: IMF, license CC BY-NC-ND 2.0