Het laatste woord over de whitelisting van wallets in de nieuwe ‘cryptowet’ is nog niet gesproken. Bitonic daagde De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs voor de rechter omdat de harde verificatie-eis niet uit de wet voortvloeit. DNB stelt nu echter per brief dat de eis nooit is gesteld. Bitonic zet de rechtsgang voort, zodat er bij de rechter duidelijkheid ontstaat.

Vorig jaar in mei werd in Nederland de zogenaamde ‘cryptowet‘ actief. Volgens deze wet zijn Nederlandse Bitcoinbedrijven verplicht zich te registreren bij De Nederlandsche Bank (DNB) en moeten zij de identiteiten van hun klanten verifiëren, ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering.

De registratieplicht, welke geen vergunningregime zou zijn, leidde tot grote ophef binnen de sector. Twee maanden voor het verstrijken van de deadline voor de registratie had namelijk slechts één bedrijf de benodigde registratie van DNB gekregen.

‘Whitelisting’ eis

In september verklaarde DNB per webinar en nieuwsbericht opeens dat uit de Sanctiewet de harde eis zou voortvloeien om technische maatregelen te nemen om het beheer van bitcoinadressen te verifiëren en de identiteit van de begunstigde te verifiëren.

DNB gaf aan dat dit kan door te bitcoinadressen te ‘whitelisten’ met behulp van schermdelen of videobellen, door klanten te vragen een screenshot van hun wallet op te sturen of via message signing. In de praktijk houdt dat in dat alle klanten voor elk bitcoinadres dat zij willen gebruiken een walletverificatie moeten doen. Welke methode precies mochten de bedrijven zelf kiezen, maar het moest een technische oplossing zijn.

Transacties van en naar derde partijen werden hierdoor praktisch onwerkbaar, omdat dan ook nog de begunstige moet worden geverifieerd. Bitcoinbedrijven zouden hierdoor niet alleen een Know-Your-Customer (KYC)-beleid moeten voeren, maar ook een Know-Your-Customer’s-Counterparty (KYCC)-beleid.

Al direct na bekendmaking van de technische eis gaven bedrijven aan DNB het signaal dat deze als zodanig niet uit de Sanctiewet voortvloeit. Zij meldden zich direct bij het Ministerie van Financiën met een onderbouwde brief waaruit dat bleek. Het Ministerie van Financiën verwees echter terug naar DNB als toezichthouder. DNB weigerde vervolgens met een delegatie van de markt in gesprek te gaan omdat ze de discussie per individueel bedrijf afdoende vond.

In samenwerking met branchevereniging Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland (VBNL) luidden vervolgens 25 van de 38 Bitcoinbedrijven die in afwachting waren van een registratie op 2 november de noodklok. Zij schreven in een brandbrief dat de last minute eis niet uit de wet voortvloeit en dat DNB nog niet formeel de toezichthouder op de Sanctiewet was. Tijdens een daaropvolgend gesprek tussen de briefschrijvers en DNB, op 16 november 2020, hield DNB echter aan de eis vast.

Met het mes op de keel en een naderende deadline zagen veel Bitcoinbedrijven zich dus gedwongen om – al dan niet onder protest – halsoverkop de maatregelen in te voeren. Sindsdien kregen 16 Bitcoinbedrijven een registratie. De rest is nog altijd in afwachting.

Rechtsgang Bitonic

Bitonic liet onlangs weten dat het vanwege de kwestie naar de rechter stapt. Bitonic wil op die manier de rechtmatigheid van de eis laten toetsen en opheldering krijgen.

DNB stelt nu echter, in reactie op de brief van 2 november, dat het de whitelisting-eis nooit hard zou hebben gesteld. Volgens DNB hebben zij slechts voorbeelden gegeven, maar betreft het geen harde eisen. Bitcoinbedrijven mogen volgens DNB zelf invulling geven aan de manier waarop zij zich aan de sanctiewet houden. “Er zijn ook andere manieren denkbaar”, aldus DNB.

In de praktijk blijkt echter dat iedere andere dan een technische invulling niet voldoende wordt geacht, waardoor er dan geen registratie plaatsvindt. Zonder opheldering over welke andere manieren acceptabel zijn hebben Bitcoinbedrijven geen andere keuze dan de technische controlemaatregel in te voeren, of anders hun dienstverlening te staken. Daarmee is het volgens de VBNL de facto een technische vereiste.

Volgens de sector presenteerde DNB whitelisting telkens als norm en minimum vereiste. DNB zou in individuele gesprekken, alsmede het collectieve gesprek op 16 november, hebben verduidelijkt dat er alleen een registratie wordt verleend als bedrijven aan de nieuw gestelde norm zouden voldoen.

De verwarring in de sector is inmiddels groot. Wanneer men de vragen van VBNL in samenhang met de antwoorden van DNB bekijkt, is duidelijk dat veel vragen nog altijd onbeantwoord zijn. Positief is wel dat de brief verduidelijkt dat twee belangrijke bezwaren die de sector op 2 november opperde nu, inmiddels drie maanden later, door DNB erkend worden: er is geen wettelijke vereiste voor de eis en DNB was op 2 november geen toezichthouder onder de Sanctiewet.

Desondanks worden de vereisten nog steeds op de website van DNB getoond als toezichtseis, waarmee er aan de formele situatie geen einde is gekomen. De juridische onduidelijkheid blijft daarmee minstens even groot als hij was.

Toetsing door rechter

Inmiddels is bekend dat de voorzieningenrechter op 23 maart aanstaande zich over het verschil van inzicht zal buigen. Dit sluit aan bij de wens van Bitonic dat een onafhankelijke rechterlijke toetsing plaatsvindt.



We schreven al eens eerder over het inwerking treden van cryptowet en ook over de opschudding van de sector toen bleek dat het registratiestelsel toch op een vergunningregime leek. Over de brandbrief in november kan je hier meer lezen.