Voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) Christine Lagarde zei tijdens een interview met Reuters opmerkelijke dingen over bitcoin. Volgens haar is bitcoin een speculatieve asset die verantwoordelijk is voor ‘funny business en verwerpelijke witwaspraktijken’ en is er wereldwijde regulering nodig. Ondertussen prijst ze de inspanningen om een digitale euro te lanceren. Toch zijn er ook een paar zaken die ze vergat te benoemen.

Vorige week woensdag sprak Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), in een interview met Reuters over bitcoin en digitale valuta’s. Haar werd gevraagd of ze zich zorgen maakte over het barsten van de ‘bitcoinbubbel’ en vanaf wanneer ze denkt dat er regulering nodig is.

Op de vraag of er sprake is van een bubbel ging ze niet in. Wel noemde ze bitcoin een speculatieve asset. Ze refereert daarbij naar de recente koersvolatiliteit waardoor het voor haar duidelijk is dat bitcoin niet geschikt is als valuta. “Voor degenen die ervan uitgingen dat het misschien in een valuta zou veranderen, het spijt me zeer, maar dit is een asset en een hoogst speculatieve”, zei ze.


Boven: Luister zelf het (Engelstalige) interview met Christine Lagarde

Volatiliteit

Daarin heeft ze misschien wel een soort punt. De bitcoinkoers is immers erg volatiel. Volatiliteit betekent zoiets als dat de prijs op en neer schommelt. Dat gebeurt bij bitcoin regelmatig en sommige mensen concluderen daarom dat het ongeschikt is als valuta. Toch gaat die denkwijze niet helemaal op.

Iedere valuta is namelijk onderhevig aan prijsschommelingen. De dollar-index, een index die de waarde van de dollar meet ten opzichte van alle andere valuta’s, daalde in 2020 bijvoorbeeld met zo’n 10%. De euro-index steeg in dezelfde periode met ongeveer 10%. In niet-westerse landen zijn er soms grotere schommelingen.

Toch zullen weinig mensen ontkennen dat de koers van bitcoin veel sterkere volatiliteit kent dan de euro- of dollarkoers. Dat is echter niet vreemd of slecht, maar logisch en misschien zelfs gunstig.

De grootte van de markt doet ertoe

Bitcoin is namelijk een vrij kleine markt vergeleken met andere markten. Er is daardoor relatief weinig geld nodig om de markt met een aanzienlijk percentage te doen groeien of krimpen, hetgeen je terugziet in de koers. Als iemand plotseling €100 miljard aan bitcoin koopt of verkoopt schiet de koers waarschijnlijk enorm omhoog of omlaag. De markten voor euro’s en dollars zijn daarentegen zó groot dat de koers nauwelijks beweegt, zelfs wanneer er ettelijke miljarden worden verhandeld. Daardoor ontstaat prijsstabiliteit.

Als de bitcoinmarkt naar een vergelijkbare grootte zou groeien, dan zou bitcoin in theorie ook een vergelijkbare prijsstabiliteit moeten hebben. De waarde van een bitcoin zal dan wel heel erg hoog moeten zijn, want er zijn maximaal slechts 21 miljoen bitcoins en die zullen bij elkaar opgeteld waarschijnlijk duizenden miljarden euro’s waard moeten zijn voordat de Bitcoineconomie de benodigde economische massa heeft.

Tot die tijd blijft bitcoin waarschijnlijk volatiel, maar dat is niet per se slecht. Voor veel mensen is een stijgende prijs, opwaartse volatiliteit, immers datgene waardoor ze in bitcoin geïnteresseerd raken. Handelaren zien erdoor hun kans schoon om te daghandelen. Juist de prijsstijgingen en volatiliteit zorgen dus voor nieuwe kopers, waardoor de markt groeit met als bijgevolg dat de koers weer stijgt. Dat trekt opnieuw mensen aan. Omdat sommige mensen door koersstijgingen op winst staan kunnen zij vervolgens besluiten te verkopen en dat kan de koers weer doen dalen. Zo ongeveer ontstaat de volatiliteit in de bitcoinkoers.

Het is vergelijkbaar met de volatiliteit die je soms wel eens ziet op de aandelenmarkt, bijvoorbeeld bij penny stocks. Als de marktwaarde nog laag is schiet de koers alle kanten op, maar als de groei eruit is, is de volatiliteit meestal ook aanzienlijk minder.

Die volatiliteit is weliswaar ongunstig voor een betaalmiddel, maar het maakt bitcoin wel een zeer aantrekkelijke speculatieve asset. Want, daarin heeft Lagarde misschien ook wel een punt: op dit moment gedraagt bitcoin zich misschien meer als een asset dan als een valuta. Dat kan in de toekomst echter geheel anders zijn.

De evolutie van geld

Veel Bitcoiners geloven namelijk dat geld een soort evolutionair pad aflegt met meerdere fasen: het begint als speculatief verzamelobject, waarna het in een tweede fase evolueert in een middel voor waarde-opslag. Als het eenmaal een gangbaar en gewenst middel voor waarde-opslag is volgt de derde fase, waarbij het breed genoeg geaccepteerd wordt om als betaalmiddel te fungeren. Na deze fase volgt de vierde en laatste ontwikkelingsfase waarbij het een unit of account wordt, een universele monetaire meeteenheid. Dat is het wanneer mensen de prijzen van dingen beschrijven in bitcoin in plaats van euro’s of dollars. Zo is het wellicht ook ongeveer met goud gegaan; dat was millennia geleden misschien ook maar gewoon een ‘waardeloos’ glinsterend verzamelobject, waarvan men het nut niet inzag.

Bitcoin zou zich op dit moment ongeveer in de tweede fase bevinden, waarbij het van verzamelobject evolueert naar een middel voor waarde-opslag. Er zijn vandaag de dag nog altijd mensen die bitcoin speculatief benaderen, als ware het een zeldzaam hebbedingetje dat in waarde kan stijgen, maar er zijn tegenwoordig ook steeds meer vermogende partijen die bitcoin gebruiken om grote hoeveelheden
waarde in op te slaan. Als de adoptie van bitcoin als middel voor waarde-opslag verder toeneemt zal de economische massa van de bitcoineconomie groeien waardoor uiteindelijk, in theorie althans, prijsstabiliteit ontstaat.

‘Funny business’ en illegale geldstromen

Behalve dat bitcoin een hoogst speculatieve asset is, zei Christine Lagarde ook dat het verantwoordelijk is voor allerlei ‘funny business en totaal verwerpelijke witwaspraktijken’. Volgens Lagarde zijn er justitionele onderzoeken die dat heel duidelijk aantonen. Concrete voorbeelden noemde ze echter niet.

Misschien komt dat omdat er niet zoveel concrete voorbeelden te vinden zijn. Er zijn namelijk allerlei onderzoeken die juist aangeven dat het gebruik van cryptovaluta voor illegale financiële geldstromen vrij gering is
.

Het in Nederland gevestigde International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) stelt bijvoorbeeld dat ‘specifiek bewijsmateriaal van terrorismefinanciering door middel van virtuele valuta zeldzaam’ is. Ook SWIFT, het internationale bankenbetaalsysteem, geeft in een rapport aan dat ‘het aantal geïdentificeerde gevallen van witwassen via cryptovaluta relatief klein is vergeleken bij de volumes cash die via traditionele methodes wordt witgewassen’.

Volgens de Financial Action Task Force (FATF) werd in 2009 naar schatting wereldwijd tussen de €485 miljard en €1250 miljard euro witgewassen. Vermoedelijk is dat in de afgelopen jaren met de rest van de wereldwijde economie verder gegroeid. Dat vindt voor het grootste deel plaats via het traditionele bankenstelsel, waarbij gigantische bedragen gemoeid gaan en banken niet zelden een spilfunctie vervullen.

Christine Lagarde ziet het desondanks door een andere lens. Volgens haar is regulering van bitcoin absoluut nodig en moet dat internationaal geregeld worden. Want, zegt Lagarde: “Als er een manier is om te ontsnappen, dan zal die gebruikt worden.”

Ze prijst de rol van de Financial Action Task Force (FATF), die de afgelopen jaren een voortrekkersrol heeft gespeeld in de wereldwijde regulering met betrekking tot Bitcoin. Zo stelde de FATF internationale richtlijnen op tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering, die in Nederland vorig jaar hebben geleid tot invoering van de ‘cryptowet‘ en omstreden aanvullende ‘KYCC’-maatregelen.

Digitaal centralebankengeld

Wat haar wel enthousiast maakt zijn digitale valuta’s uitgegeven door centrale banken, de zogenaamde Central Bank Digital Currencies (CBDC). De ECB is op dit moment bezig met de ontwikkeling van zo’n CBDC; een digitale euro. Lagarde vertelt in het interview dat ze recentelijk een publieke consultatieronde over de digitale euro heeft afgerond en dat er maar liefst 8000 reacties op zijn binnen gekomen.

“Dat is het hoogste aantal ooit”, vertelt ze trots. Wat ze echter niet vertelt is wat voor soort reacties het waren. Lagarde nodigde in november namelijk iedereen via Twitter uit om hun mening te geven over een digitale euro. Die oproep is breed gedeeld binnen de Bitcoincommunity en vermoedelijk is er daarom een recordaantal officiële reacties bij de ECB binnengekomen. Dat waren waarschijnlijk lang niet allemaal positieve reacties.

Je hoeft immers maar een korte blik te werpen op de reacties onder Lagarde’s oproep op Twitter om een indruk te krijgen over wat men ervan vond. Een poll op Twitter van het IMF over wat men denkt over digitale valuta’s benadrukt dat verder: 80% reageerde dat ze geloofden dat digitale valuta’s echt geld zijn, maar met betrekking tot digitaal centralebankengeld vond slechts 35% dat.

2025

Volgens Lagarde zijn de plannen voor een digitale euro al redelijk ver, maar ze verwacht dat deze rond 2025 pas gereed is. Eerst willen ze zeker weten of het ontwerp veilig en secuur genoeg is en of het aan de vraag van Europeanen voldoet. Maar omdat de ontwikkelingen in de FinTech-wereld heel snel gaan zou het ook zomaar kunnen dat er eerder stappen worden genomen. China is met hun Chinese CBDC bijvoorbeeld al heel ver, zegt ze. Ook in Nederland onderzoekt De Nederlandsche Bank (DNB) een digitale euro.

Of zo’n digitale euro echt heel anders is dan de euro’s die we nu hebben, is maar de vraag. Een digitale euro zal vermoedelijk namelijk niet gedecentraliseerd zijn maar sterk gecentraliseerd rond de ECB. Daarmee gaat het voorbij aan de innovaties van Bitcoin en behoudt het de problemen van
gecentraliseerd geld: geldschepping met inflatie en geldontwaarding als gevolg, financiële exclusie, censuur en de inzet van het geldsysteem als politiek machtsmiddel.

Fundamenteel anders

Bitcoin is daarentegen decentraal. Dat maakt het fundamenteel anders. Vanwege de decentrale aard heeft niemand de macht of controle en kan niemand een ander zijn of haar wil opleggen, censureren of oneerlijk voordeel behalen. Iedereen is op het Bitcoinnetwerk gelijk en iedereen mag meedoen. Anders dan bij digitaal centralebankengeld heeft bij Bitcoin niemand de macht om aan de knoppen van het monetaire beleid te zitten.

Daardoor kan dus ook niemand meer bitcoins creëren. Dat voorkomt dat er ongebreidelde inflatie plaatsvindt en het garandeert schaarste: er zullen nooit meer dan 21 miljoen bitcoins zijn. Het complete ontwerp van Bitcoin is erop gericht om dat zo te houden.

Van de euro, of hij nou digitaal is of niet, kan de ECB echter onbeperkte hoeveelheden creëren. Daartoe zijn ze ook best bereid. Christine Lagarde liet in november nog blijken dat er net zoveel geld beschikbaar is als nodig wordt geacht. Dat is geen enkel probleem, want: “De Europese Centrale bank kan niet failliet gaan of zonder geld komen te zitten“. Ze kunnen immers altijd gewoon nog meer geld scheppen.

Je zou het bijna ‘funny business’ noemen. Maar, ‘funny business’ is met euro’s natuurlijk orde van de dag. Dat weet Christine Lagarde maar al te goed.



Beeldmateriaal: World Economic Forum, license CC BY-NC-SA 2.0