Het gerechtshof van Den Haag heeft op 1 februari 2022 uitspraak gedaan in tien strafzaken. In de arresten van het hof worden verschillende principiële beslissingen genomen, waarbij ook een nieuw kader is ontwikkeld voor de beantwoording van de vraag of de verdachten aanleiding hadden moeten hebben voor gerede twijfel dat de bitcoins die zijn aan- of verkocht met contant geld een criminele herkomst hadden. Hierbij is aansluiting gezocht bij zogenaamde witwastypologieën. Verder wordt ingegaan op de technieken clustering en labelling.

Waar gaat het precies om? De tien strafzaken komen voort uit één van de eerste grootschalige strafrechtelijke onderzoeken naar het witwassen van bitcoins. Dit onderzoek – IJsberg – is geleid door de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD).

Het gerechtshof van Den Haag heeft twee verdachten vrijgesproken. Het hof heeft in de zaken van twee andere verdachten beroepen op strafuitsluitingsgronden gehonoreerd. Dit betekent dat ondanks de vervulling van een delictsomschrijving persoonlijke aansprakelijkheid van de verdachten toch is uitgesloten. In de zaken van overige verdachten heeft het hof gevangenissenstraffen opgelegd variërend van drie maanden (en een taakstraf) tot 51 maanden met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd.

Arrest van 1 februari 2022

In het arrest – gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 mei 2018 – heeft het hof een nieuw kader ontwikkeld voor de beantwoording van de vraag of de verdachten aanleiding hadden moeten hebben voor gerede twijfel dat de bitcoins die zijn aan- of verkocht met contant geld een criminele herkomst hadden.

Maar wat speelde er? De verdachte in de zaak was actief als bitcoinhandelaar en heeft – in de periode van 2013 tot en met 2015 – 39.842 bitcoins met een waarde van € 4.464.642,03 omgewisseld. De bitcoins werden ingekocht met contant geld voor een lage, niet-marktconforme prijs. Vaak gebeurde dit op publieke plaatsen, zoals McDonalds, KFC of Burger King. De ingekochte bitcoins werden vervolgens via reguliere bitcoinbedrijven gewisseld voor euro’s en daarna contant opgenomen of voor contant geld aan andere cashtraders verkocht (o.a. door middel van advertenties op het darkweb).

De rechtbank heeft in haar vonnis alleen bitcoinadressen betrokken die een relatie hebben met het darkweb. Hierbij heeft de rechtbank gebruik gemaakt van informatie afkomstig van de website walletexplorer.com. De website biedt aanvullende informatie over clustering en labelling.

Clustering is een techniek waarbij verschillende bitcoinadressen en -transacties op basis van blockchainanalyse worden toegeschreven aan één en dezelfde persoon. In meerdere juridische termen: een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar van de adressen zijn. Labelling is het geven van een naam aan een bepaald cluster.

Het hof is van oordeel dat niet zonder meer kan worden beoordeeld dat de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Of in gewoon Nederlands: het hof maakt geen gebruik van de bevindingen afkomstig van walletexplorer.com die door de rechtbank zijn gebruikt. De ontwikkelaar van de website kan immers niet met zekerheid stellen op welk moment de labels (darkweb) aan verschillende wallets – waarmee de verdacht heeft geïnteracteerd – zijn gegeven.

Volgens het hof kan dus niet met voldoende zekerheid worden gesteld dat de verdachte op de hoogte was of kon zijn dat de bitcoins die zijn omgewisseld afkomstig waren van het darkweb.

Clustering is een ‘voldoende betrouwbare methode’

Het hof heeft in het arrest uiteengezet welke bitcoinadressen zullen worden betrokken in de beoordeling of het niet anders kan zijn dan dat de daarop binnenkomende bitcoins uit enig misdrijf afkomstig zijn. Voor de vaststelling welke bitcoinadressen aan de verdachte worden toegeschreven, gebruikt het hof informatie van het blockchainanalyse-bedrijf Chainalysis.

Belangrijk is hier dat het hof clustering ziet als een voldoende betrouwbare methode om vast te stellen welke bitcoinadressen tot één en dezelfde persoon toebehoren. Als wordt vastgesteld dat één of meer bitcoinadressen aan een persoon toebehoren, dan geldt hetzelfde voor de overige bitcoinadressen die aan dat cluster toebehoren.

Nieuw kader

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in de zaak gewezen op zogenaamde witwastypologieën die in 2017 door de Financial Intelligence Unit (FIU) zijn opgesteld met betrekking tot virtuele betaalmiddelen. Meerdere van deze typologieën dragen in deze zaak bij aan een vermoeden van witwassen, aldus het OM.

De verdediging betwist dit. De typologieën zijn pas in 2017 opgesteld. Aangezien er toentertijd geen juridisch beoordelingskader was – toegesneden op het handelen door de verdachte in de tenlastegelegde periode – draagt dit volgens hen niet bij aan een vermoeden van witwassen.

Het hof acht terughoudendheid met betrekking tot het toepassen van normen die in 2017 zijn geformuleerd en in zijn algemeen in de rechtspraak te lijken zijn aanvaard op zijn plaats

Er is volgens het hof dus een ander, nieuw kader nodig voor de beantwoording van de vraag of de verdachten aanleiding hadden moeten hebben voor gerede twijfel dat de bitcoins die zijn aan- of verkocht met contant geld een criminele herkomst hadden. Bij de zoektocht naar een dergelijk kader is het hof uitgegaan van het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2020. In dit arrest wordt onderstaand citaat aangehaald.


‘OM en rechter kunnen verder voor het bewijs van witwassen gebruik maken van, zoals ze in internationaal verband wel worden genoemd, «typologieën» van witwassen (vgl. FATF XI, Report on Money Laundering Typologies 1999–2000, 3 februari 2000, aangeboden aan de Tweede Kamer bij brief van 24 februari 2000 (Fin 00-171)). Hierbij gaat het om min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring leert, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven.’

Het hof heeft aansluiting gezocht bij de destijds geldende versie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De activiteiten van de verdachte hadden zodanige verwantschap met de categorie ‘handelaren in zaken van grote waarde’ dat verdachte onder deze definitie viel.


Rechtsoverweging 2.6. (ECLI:NL:GHDHA:2022:104)

In bovenstaande gevallen mocht van de verdachte dus worden verlangd dat hij dit vermoeden met een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring weerlegd. De verdachte is daarin niet geslaagd.

Beslissing

Het hof heeft het oorspronkelijke vonnis van de rechtbank vernietigd en doet zelf recht. De verdachte is schuldig bevonden aan schuldwitwassen gedurende een periode van ruim twee jaren. In totaal heeft de verdachte 39.842 bitcoins omgewisseld ter waarde van € 4.464.642,03. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 maanden.



Wil je meer lezen over nieuwe anti-witwasregelgeving? Lees hier meer.